Articoli e tempi nel passato: masterclass Italiaanse grammatica

Op 28 maart jl. organiseerde het Kennisnet voor Taal en Vakopleidingen (KTV) een Masterclass Italiaans. Het programma was tweeledig: tijdens de ochtend was er een Masterclass Italiaanse Grammatica en de middag bestond uit een intercollegiale vertaalbijeenkomst.

Grammatica
Manuela Pinto verzorgde het ochtendprogramma. Ze is als docent-onderzoeker verbonden aan de Universiteit Utrecht, afdeling Moderne Talen. Voorafgaand aan de Masterclass werd aan de deelnemers gevraagd een aantal oefeningen te maken over het gebruik van het lidwoord (onbepaald en bepaald) en het gebruik van de passato prossimo en de imperfetto, twee lastige onderdelen in de Italiaanse grammatica. Niet alleen voor vertalers maar ook voor de docenten onder ons die Italiaans als tweede taal doceren. Het Nederlands en Italiaans gebruiken het lidwoord en de werkwoordtijden vaak heel anders.

Het lidwoord
Als voorbeeld een zin uit de oefeningen:

‘Giulio non vuole avere un cane. Cani richiedono molte cure.’

In deze zin gaat het om de vraag of ‘cani’ wel of geen lidwoord nodig heeft. In dit geval betreft het een algemeen feit: honden hebben veel zorg nodig. Dus is er een lidwoord nodig in de tweede zin ‘i cani richiedono molte cure’. In het Nederlands krijgt ‘honden’ in zo’n zin juist geen lidwoord: ‘Honden hebben veel zorg nodig.’ 

Tijdens deze bijscholingscursus hebben we nog veel soortgelijke zinnen behandeld, die interessant maar soms ook lastig waren. Gelukkig verhelderde Manuela de twijfelgevallen op een duidelijke manier.

Passato prossimo en imperfetto – twee werkwoordtijden
Degenen onder ons die lesgeven, zoals ik, weten hoe lastig het is deze twee werkwoordtijden uit te leggen, vooral als beide vormen in een en de dezelfde zin voorkomen.

In het tweede deel van de workshop legde Manuela onder andere uit dat de wijze waarop een gebeurtenis of handeling plaatsvindt, bepalend is voor de keuze van de werkwoordsvorm en -tijd: een voltooid tegenwoordige of onvoltooid verleden tijd.

Neem de zin: ‘Quando ero piccolo, dipingevo molto’. Deze zin laat zien dat het een situatie is, die vanuit het soort geheel wordt gezien. Er wordt geen specifiek vertrek- of eindpunt aangewezen, dus wordt er twee keer een imperfetto gebruikt.

In een zin als ‘Quando Monica è entrata, il bambino gridava forte’ is duidelijk een beginpunt van een handeling te zien (Monica die binnenkomt) en een handeling die al bezig is (het kind dat schreeuwt). Het verschil met het Nederlands is hier ook duidelijk: ‘Toen Monica binnenkwam, was het kind aan het schreeuwen’.

De workshopleider tenslotte ging in op het feit dat bijna alle talen deze syntactische aspecten hebben, maar niet op dezelfde manier gebruiken. Romaanse talen maken onderscheid in het gebruik van de imperfetto en de perfetto waar Germaanse talen zoals het Nederlands dat niet doen, en veelal de onvoltooid verleden tijd gebruiken. Het was een  zeer leerzame ochtend die ons liet beseffen dat je na zoveel jaren intensief met het Italiaans bezig te zijn je altijd blijft twijfelen over in het oog kleine grammaticale aspecten.

Wilt u graag samenwerken met professionele tolk of vertaler die zijn bijscholing op peil houdt? Neem dan nu contact op met een van onze vertalers.