Een interview met vertaler Anja Deelen

Hoe lang ben je werkzaam als vertaler Italiaans en hoe ben je vertaler geworden?

Tijdens mijn studie Italiaanse Taal- en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht was ik in 1982/1982 student-assistent van de toenmalige hoogleraar, Dott. Mario Alinei. Een van de opdrachten was het vertalen van een biografie van Dante Alighieri. Dat was dus eigenlijk mijn eerste vertaalklus.

In 1984 kreeg ik een beurs om mijn doctoraalscriptie (“Il diavolo nei dialetti italiani e nelle credenze popolari“ [De duivel in de Italiaanse dialecten en in het volksgeloof] ) af te ronden in Bologna en nog voordat ik goed en wel afgestudeerd was, kon ik daar aan de slag bij een drietalig maandblad (Italiaans, Engels en Frans) over paddenstoelenteelt. Ik verzorgde de vertalingen uit het Nederlands en Duits naar het Italiaans, onderhield het contact met de adverteerders en organiseerde bedrijvenbezoeken in o.a. Nederland.

Eind 1985 ben ik teruggegaan naar Nederland. Samen met een studiegenote heb ik toen Italiaans Vertaalbureau Intermedio (“IVI”) opgezet en ik heb me laten beëdigen. In het begin was het moeilijk om serieus vertaalwerk te krijgen en we hebben dan ook heel wat partworks (een reeks verzamelmagazines over een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld over taarten bakken) voor DeAgostini en handleidingen voor kopieermachines vertaald. Om het hoofd boven water te houden organiseerden we ook taalcursussen. Juist toen mijn collega het na een jaar of twee niet meer leuk vond en ander werk ging zoeken, begonnen de opdrachten binnen te stromen en veranderde ook het soort werk. Ik kreeg meer en meer opdrachten op juridisch vlak en ben bijvoorbeeld jaren bezig geweest met een omvangrijk rechtshulpverzoek. Naast vertalingen in het uit het Italiaans bestond dat ook uit tolkwerkzaamheden op verschillende plaatsen in Italië en Zwitserland.

Het aanbod aan vertaalwerk werd steeds specialistischer en de werkdruk werd ook steeds hoger, waardoor ik ruim twintig jaar geleden besloot te stoppen met de taalcursussen, een kleiner pand te betrekken en me helemaal toe te leggen op vertalingen. Momenteel zijn er veel meer vertalers en de vertaalbureaus worden ook steeds groter, waardoor vaak de goedkoopste vertaler wordt ingezet en niet op de kwaliteit wordt gelet.

Wat vind je zo leuk aan vertalen?

Ik vind het een mooi en creatief vak. Het is een uitdaging om een vaak ingewikkeld juridisch stuk in mooi en helder Nederlands of Italiaans te vertalen. En aangezien Italiaans niet mijn moedertaal is, laat ik mijn Italiaanse vertalingen altijd reviseren door een moedertaalspreker. Zo weet ik zeker dat de boodschap goed overkomt.

Het is vaak zoeken naar de juiste term of omschrijving en dat vind ik heerlijk om te doen. Dat betekent regelmatig wetgeving in beide talen doorspitten. Zo leer ik elke dag weer bij en ook dat maakt vertalen zo interessant.

Het is geen negen-tot-vijfbaan en vaak weet je ’s ochtends niet hoe de rest van de dag zal verlopen. Dat heeft voor- en nadelen, maar juist die afwisseling maakt vertalen zo’n fijn vak.

De vertalers en tolken van het NVI gaan een mooie uitdaging niet uit de weg. Op zoek naar een gedreven tolk of vertaler? Neem contact met ons op.